Zitten in de trein (2)

Foto R. Vellekoop

Vandaag ga ik een hele dag mee met de trein, bestemming onbelangrijk en onbekend. De enige eis die  ik aan mezelf heb gesteld is om rond etenstijd thuis te zijn. Op het station aangekomen heb ik de keuze tussen een Sprinter naar het Westen of eentje die vertrekt naar het Noorden.  Ik kies voor het Noorden, ik kom zelf uit het Westen en heb daar lang genoeg rond getoerd.

Net zoals de laatste keer (Liggen in het gras) ga ik ook nu op onderzoek uit hoe het is om niets te doen op een manier die absoluut buiten onze zelf gestelde regeltjes valt. We hebben geleerd nuttig bezig te zijn en een beetje doelloos rondtoeren met de trein behoort hier niet toe. Het is eerder luieren, nietsdoen dus eigenlijk. Mijn alter ego gaat helaas ook met me mee en zal ongetwijfeld mij van commentaar voorzien.

In de aanloop naar deze hoogtij dag in nietsdoen heb ik een beetje bedacht hoe dit gaat verlopen. Ik zal wat voor me uit staren, een kopje thee drinken, wegdromen bij verre einders en verder helemaal niets ondernemen.

Eerlijk gezegd ben ik vanmorgen vroeg voordat ik mijn tanden had gepoetst al lastig gevallen door mijn andere ik. Hij kwam met allerlei bezwaren zoals ‘zonde van je dag’, ‘met mooi weer ga je toch niet de hele dag in een kokende coupe zitten’ en ‘weet je het wel zeker, niemand zal het te weten komen als je vandaag iets anders gaat doen’. 

Toegegeven ik heb even geslikt en een seconde of wat geaarzeld voordat ik tegen de spelbreker zei:”Je kunt de boom in, ik doe het toch!’

Het zonnetje schijnt vrolijk de Sprinter binnen. Buiten is het 14 graden. Ik ga naar Groningen en daarna naar Maastricht, want dan ben ik op tijd thuis voor het avondeten. Voor de rest hoef ik niets te doen.

Natuurlijk reist mijn plaaggeest met mij mee. Hij zegt:”Ben je wel lekker, met dit mooie weer, joh! Wat wil je nu bewijzen?”

“Niets, antwoord ik.”

Onderweg naar Zwolle, strek ik me uit en sluit even mijn ogen. Ik dommel weg en word vlak voor Zwolle weer wakker. Heerlijk, dat was een prettige start van mijn reis. Ik moet zeker moe zijn geweest. Om 10.06 komen we aan en moet ik even wachten. In de wachttijd blijkt voor de trein naar Groningen een enorme rij mensen te staan en voor die van Leeuwarden veel minder. Mijn keus valt dus op Leeuwarden, dat mag natuurlijk, niets staat vast en alles mag veranderen.  Even later gaan we richting Friesland.

Mijn medereizigers staren op hun gsm-schermpjes of luisteren naar de muziek die het mobieltje doorgeeft. Ik denk dat niet eerder in de geschiedenis mensen zo geobsedeerd zijn geraakt door techniek als nu.

“Logisch, aardappel, zegt mijn andere ik, dergelijke technische hoogstandjes waren er niet eerder.

“Nee, dat bedoel ik niet. Het gaat mij niet om de techniek, het gaat mij om de obsessie. Het gaat zelfs zover dat wanneer er geen internetverbinding is mensen ziek worden. Ze raken compleet ontregeld. Het is toch ongekend, dat een apparaat mensen in de war brengt als het er is maar ook als het afwezig is? Voor mij daarom tijdens deze reis geen mobiel. Lekker niks!”

“Zo’n dag als deze kost alleen maar geld, klaagt mijn innerlijke stem, op een onbewaakt moment. Mijn alter ego wil blijven presteren en zich nuttig voelen. Ik hoor dat stemmetje nog steeds, zelfs nu ik het naar mijn zin heb. De buitenwereld wordt steeds groener en minder bewoond en bebouwd.

Om 11.16 rijdt mijn trein het station van Leeuwarden binnen. Op het zelfde moment vertrekt 10 seconden later van een onbereikbaar spoor mijn andere trein richting Maastricht (terug via Zwolle). Ik haal mijn schouders op en stap de hal uit van het station om op een bankje in de zon te gaan zitten bakken. De temperatuur is ondertussen opgelopen tot 20 graden.

Een half uur later en een patatje zwaarder rijd ik richting Zwolle om straks in Utrecht over te stappen naar Maastricht. Tot Zwolle is het aangenaam rustig in de coupe. Loom loopt het beeld van de groene woestenij langs mijn venster. In de verte racen op de snelweg autootjes elkaar voorbij. Daarna gaan we verder richting Utrecht.

Zou het echt de bedoeling zijn dat we ons leven lang ploeteren voor een inkomen zonder te kunnen genieten van de echte wereld om ons heen? Is tegenwoordig ons venster op de wereld niet groter dan onze gsm of laptop scherm? Leven we in een internet cocon?

Foto R. Vellekoop

“Vel, wat ben je weer aan het bazelen, man!”(mijn alter ego klikt weer in mijn hoofd)
Die groene woestenij langs jouw raam, dat is jouw cocon. Je zit gewoon doodleuk de internet werkelijkheid te ontkennen. Misschien dat hij niet even groen kleurt als jouw uitgestorven melkveeweiden, maar die werkelijkheid bestaat ook.”

Mijn andere ik loopt nu echt warm:”Doe niet zo uit de hoogte, alsof jouw ‘nietsdoen dag’ beter is dan een pokemon go happening.”

“Iedereen mag zich in welke wereld dan ook onderdompelen, antwoord ik enigszins geprikkeld. Waar het mij om gaat is dat we een gelukkiger leven kunnen leiden door ons bewust te zijn waarmee we bezig zijn. Vandaag zet ik mijn wereld stil. In de trein kan ik niets meer doen. Daardoor kan ik het verschil beleven met de dagen waarop ik productief ben. Net zoals de samenleving van iedereen verwacht (behalve van de superrijken) Hierdoor ga ik beter herkennen wat het is om mezelf op te jagen!”

De conducteur kondigt aan dat we Utrecht Centraal Station binnen komen. Hier heb ik meer dan twintig minuten speling voor mijn volgende trein. Ik koop een beker thee en drink hem op in de drukste stationshal van Nederland.

Op mijn gemak slenter ik naar mijn trein voor de laatste etappe voordat ik aan de terugreis begin. Ik voel me rustig en ontspannen. Eenmaal in de Intercity die via Den Bosch loopt wordt het al weer drukker. Toch voel ik wanneer ik eenmaal zit dat een dutje me weer even apart neemt. Voorbij ‘s-Hertogenbosch word ik wakker.

Het grote voordeel van je mee laten voeren met de trein, in plaats van in de trein overstappen in je internetbubbel, is dat je een beeld krijgt van je medereizigers. Je ziet ze, in de eerste plaats. Hoeveel treinreizigers zien feitelijk hun medereizigers nog? En je ziet waarmee ze bezig zijn. In plaats van dertig mensen, die zich afsluiten in hun internetbeleving, zitten er dan opeens dertig reizigers naast je. Dat kan best gezellig zijn.

Voor mij is reizen daardoor een aangename ervaring. Dat ik daarnaast alles op mijn gemak doe, vind ik prettig. Ik haat haasten en stressen, omdat mij de zin hiervan volkomen ontgaat. Niets doen komt veel dichter bij mijn gemoed. Vandaar dat ik van deze dag enorm geniet.

De computer moet steeds sneller data kunnen verwerken. Daardoor is de mens ook steeds sneller gaan denken, praten en werken. Voor mij staat dit haaks op de natuur. Let maar eens op bijvoorbeeld je huisdieren, als je gehaast door het huis loopt springen ze weg en verstoppen zich. Ga je rustig je gang, dan komen ze naar je toe. Haast en stress zijn tegennatuurlijk. Rust hoort bij de natuur.

In Maastricht loopt de trein rustig binnen, en kan ik nog net de intercity terug nemen, richting huis.

De afgelopen tientallen jaren heb ik (te) veel gewerkt. Nu werk ik deeltijds. De rest van de tijd doe ik precies wat ik wil.

“Oh ja, lacht mijn wederhelft schamper, hoe weet je nu wat je echt wilt? Ieder mens is verdwaald in deze quasi wereld vol nep, namaak en virtuele afleiding. Ik moet de eerste nog tegenkomen die zich niet laat leiden door al dan niet bewust opgepikte reclameboodschappen.”

Na een hele dag rustig voor me uit kijken en alles op me laten inwerken is me wel een ding duidelijk geworden.

Er is geen enkele overheids- of reclameboodschap die mensen aanraadt niets te doen. Iedere boodschap is juist een poging mensen iets te laten doen, in actie te komen. Niets doen is compleet tegendraads, dat is de suiker in de motor van de economie. Reclame houdt de hele dag mensen voor  dat ze niet tevreden kunnen zijn en nieuwer of meer moeten aanschaffen.  Niets doen en kijken wat de natuur je biedt brengt niets op, dat doet de aandelenkoersen niet aanzwellen en de kassa’s niet rinkelen.

Na een dag van zalig ‘niets doen’ is het mij weer een stukje duidelijker geworden waarmee ik bezig ben.

 

Rob Vellekoop