Rijk worden met nietsdoen in Sevilla

Foto Casa de Pilatos, (R. Vellekoop)

Sinds mei 2017 heeft Casa de Pilatos een andere eigenaar. In dezelfde maand werd ik 57 jaar. Vanaf vorig jaar ben ik bezig om de eigenaar, hertogin van Medinaceli, in het vizier te krijgen. Ik wil namelijk met haat trouwen en een bijdrage gaan leveren aan een koninklijke bloedlijn. Zij en ik schelen een slordige 36 jaar, maar dat maakt in deze kringen niets uit. Eindelijk doet in dit jaar zich de gelegenheid voor haar Casa (huis) te bezoeken in Sevilla. Naar verluid neemt dit paleis qua grootte en grandeur de tweede plaats in achter het koninklijke paleis in dezelfde stad.

Een heel jaar lang heb ik me geprepareerd op het bezoek. Ze weet niet dat ik kom, het is een onaangekondigde visite. In mijn voorbereiding heb ik me de Spaanse taal eigen gemaakt, een taal die in mijn familie, in ieder geval na 1600 niet is gesproken als moedertaal. Mijn familie heeft zijn roots in het obscure Westland. Wij zijn niet verder gekomen dan Middel-Nederlands.

Nu doet zich dankzij mijn ontdekking de mogelijkheid voor onze familietak te verrijken met blauw bloed. Ik realiseer me vanzelfsprekend dat ik de hertogin eerst zal moeten veroveren en weet dat er meer kapers op de kust zullen zijn of komen. Het grote voordeel dat ik heb is mijn afstamming uit een Hollandse herbergiersfamilie en mijn intelligentie.

Het nadeel dat ik moest overwinnen was mijn Spaanse taal achterstand. Dat euvel is nu verholpen. Dertig september, een warme zondag van 35plus graden Celsius, is voor mij een mijlpaal. Ik ga het 22 jaar oude Spaanse adellijke vrouwtje een aanbod doen zoals zij er nooit eerder heeft en zal krijgen.

Vanmorgen vroeg heb ik mijn grammatica nog wat opgefrist. Ik hou ervan om mijn talen perfect te spreken. Het afgelopen jaar is er helaas wel bij ingeschoten adellijke etiquette te leren. Voor de rest heb ik 58 jaar ervaring met vrouwelijk schoon. Die kunde is met geen enkele opleiding te verkrijgen en geeft mij een voorsprong op mijn concurrenten. Volgens de laatste berichten is het adellijke meisje nog steeds zonder vrijer. Dus daar liggen voor mij geen obstakels.

Ik hoop natuurlijk wel dat ze hetero is, want dat is de laatste tijd nogal uit de mode. Haar familie is al vele eeuwen oud, dus kijken wel uit om zich met progressieve trends in te laten. Naar ik vernomen heb moet zij resideren op de eerste verdieping van het paleisje en wel in het voor bezoekers afgesloten gedeelte.

Als ik rond 11 uur aankom bij het Palacio, ben ik verplicht een entreekaart te kopen van 12 euro. Ik speel het spel mee en krijg een gids, neem deel aan een toer op de eerste verdieping samen met een twintigtal geïnteresseerden in het gebouw. Rond 12 uur moet ik me melden voor de rondleiding. Voor het eerst in een jaar tijd ben ik bloednerveus. Het is nu of later. Mijn buik rommelt, mijn witte overhemd staat strak van de spanning. Op het afgesproken tijdstip doet de gids haar werk. Tot mijn verbazing doen wij de hele eerste verdieping. Volgens de rondleider is de afgelopen twee jaar geen enkel familielid van de eigenaren langs geweest in hun stulpje.

Foto Casa de Pilatos (R. Vellekoop)

Ik reageer direct met handopsteken. Na een lichte kuch:”Volgens mijn informatie, zeg ik in vloeiend Spaans, woont de dame, de hertogin op de eerste verdieping.’ Ik leg uit dat ik er helemaal niets van begrijp. De gids kijkt mij, vind ik, een beetje geniepig aan. Zij maakt mij belachelijk door te antwoorden dat zij haar persoonlijk verstopt heeft. Ik heb echter een detective ingehuurd om uit te zoeken waar het meisje uithangt en deze expert kwam tot de conclusie dat ze woont op het afgesloten deel. Dit meld ik natuurlijk niet aan de gids.

Het probleem is echter dat ik verwachtte op de eerste verdieping dat gedeelte te kunnen herkennen en mij onopgemerkt van de groep had kunnen afzonderen voor mijn geplande heimelijke visite.

Een uur later sta ik zwaar teleurgesteld buiten voor de poort, van wat mijn paleis had kunnen worden. Er zijn echter serieuzere plannen nodig om mijn Spaanse schat te kapen, maar dan moet ik haar wel eerst zien te vinden.

 

Rob Vellekoop, Sevilla