Liggen in het gras (1)

Foto R. Vellekoop

Om twaalf uur als de zon op zijn hoogste punt staat lig ik in het gras op mijn rug met open ogen. De hemel is deels blauw, deels licht en deels bewolkt. Een deel kan ik niet zien door de felle zon.

Daar lig ik dan. Helemaal niks te doen, want dat is de opzet. Uit de band breken en nieuwe horizonnen ontdekken door juist de andere kan op te gaan. Zacht voel ik de wind langs mijn gezicht strelen. Heerlijk hoor ik hem de boomtoppen laten ruisen. Soms verschijnt wat nevel en is het even wat kouder. Het duurt even voordat ik dit plekje aangenaam vind.

Er is namelijk ergens een afkeurend stemmetje dat zegt dat ik volslagen idioot ben. Hij zegt:”Heb je niks beters te doen? Ik bijt dan even op mijn tanden en antwoord:”Ok, dan blijf ik hier nog wat langer liggen! Verder nog commentaar?” Daarna is het weer stil in mijn hoofd.

Ondanks dat het weer voortdurend uitnodigingen rondstuurt, weten weinig mensen deze zacht golvende groene vlakte te vinden. Ja, verderop rent een kind, met zijn grootouders achter hem aan. Het mannetje rent langs mij. Nu zit ik al weer rechtop in kleermakerszit.

“Dat toont je al wat actiever, echoot het in mijn hoofd. “Je gaat toch niet lui achterover in het gras liggen op een doordeweekse dag. Zelfs de vakantieperiode is nog niet aangebroken. Je hebt dus geen enkel excuus om niet actief te zijn.” Ik sluit mijn luikje voor dit vernietigende stemmetje, weliswaar een stukje van mezelf, maar toch.

Het enorme grasveld is al weer verlaten, slechts grote zwarte volgels struinen er wat rond. Het zonlicht is ondertussen zo fel dat ik niet lang meer echtomhoog kan kijken, nadat ik weer op mijn rug ben gaan liggen.

“Ga me niet vertellen dat je moet leren op je rug te liggen en niets te doen.” Hoor ik een plagende stem. Ik trek me niets van dat oude stukje van mezelf aan, maar besluit deze oefening nog een paar keer te herhalen totdat het niet meer zo ongewoon en vreemd voelt.

Foto R. Vellekoop

Toch stelt het eigenlijk niets voor. Gewoon op een vrije doordeweekse dag om 12 uur op een grasveld gaan liggen en ‘ins blaue hinein’ staren. Kijken. Voelen. Luisteren. Iets doen wat enorm rustgevend kan werken, maar door de waan van deze tijd niet meer lijkt te kunnen. “En, zeg ik tegen mijn zeurstem in mijn hoofd, mijn mobiel is en blijft uit.”

“Dat maak jezelf natuurlijk allemaal wijs, he?” resoneert het. Zo gemakkelijk is dat niet. Alleen op de weg ernaar toe liep je al te twijfelen of je dit wel zou doorzetten. Dat kan je nu natuurlijk mooi weglaten uit dit schrijfsel, maar je kunt natuurlijk ook proberen eerlijk te blijven.”

Dat is waar. Het is lastig, echt waar. Ik had nooit gedacht dat ik het echt moeilijk vond, op je rug gaan liggen op een groot veld en niets doen. Wat is dat toch? Welke manie houdt mij (ons?) in zijn klauwen? Zijn dat werkelijk de ongeschreven regels die ik (we?) jaar na jaar onbewust opgenomen heb, geabsorbeerd, eigen gemaakt?

Zorgen deze regels ervoor dat ik mezelf verbied iets te doen dat geen nut heeft? Of beter gezegd, iets niet te doen zonder rendement?

Maar dat is toch compleet krankzinnig? Dan zijn we toch niet meer dan mieren die van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat doorwerken?

“Je weet donders goed dat dit een van de uitgangspunten is van de maatschappij. Op deze manier blijven samenlevingen in stand. Doe nu maar niet alsof je dit bent vergeten! Als je de mensen bezighoudt met een zekere dwang omdat ze anders niet te eten hebben, dan blijven ze in het gareel meelopen. Doe je dit niet dan krijg je onrust en opstanden tegen de gevestigde macht. Ophouden met onschuldig doen, Vellekoop.”

Deze groene grasvlakte is ongelofelijk weids en ruim, maar toch staan er hekken omheen, voor wie ze bereid is te zien. Ons leven is als die vlakte even weids en groots. Het zijn alleen onze regels die hem inperken en met talloze regels zo klein mogelijk maken.

De fantasie van de mens is oneindig, de aarde is niet voor niets rond. Je hele leven kan je besteden aan de ontdekking ervan. Helaas zijn de regels onze onzichtbare gresnwachters.

“Hou toch op, man. Die regels houden we toch met z’n allen zelf in stand. Sterker nog we smeken erom. Steeds wanneer er ergens iets fout gaat, wordt sentimenteel dus zonder verstand gereageerd en van de regering ‘maatregelen’ geeeist, meer regels en wetten.”

Uit angst hebben we onze wereld zo klein mogelijk gemaakt. Klein en overzichtelijk.

Helaas worden de waaghalzen, de kunstenaars, de avonturiers, dagdromers en slaapwandelaars ook gebonden aan dit regelwoud. Op deze manier blijven ook zij binnen het hekwerk. Anders krijgen ze geen werk en geen inkomen, geen eten en gaan ze dood. Of sterft in ieder geval hun creativiteit.

Ik ben bezig de kettingen, die ik mezelf heb omgedaan op aangeven van de maatschappij, een voor een af te doen. Ga je mee op ontdekkingstocht?

“Vel, geloof je nu echt, dat er iemand wekelijks deze flauwekulreis van jou gaat volgen? Doe normaal, joh.”

Spring je met me mee over het hek? De uitdaging is dat er een moment komt, waarop je niet meer terug wil. Dat voorspel ik je. Voor de rest hoef je je als volger nergens druk over te maken. Je bent en blijft anoniem mij in mijn schaduw volgen. Geen Facebook of ander reclameplatform dat daaraan iets verandert.

Jij springt in gedachten mee en ik doe het in het echt!

Tot de volgende keer. Misschien midden in het grasland of ergens anders waar grenzen liggen!

 

Rob Vellekoop