Koffie a la Sevilla (1)

Foto R. Vellekoop

Op het onderwerp rust een stevig taboe, maar daar trek ik me niets meer van aan. Laten we vooropstellen dat de meeste mannen hier vroeg of oud tegen aanlopen. Je kunt dus spreken van een typische mannenkwaal, waar ook ik last van heb. Zeker de wat ouderen onder ons zijn ontzettend verstandig, raken nooit meer hun verstand kwijt, dus handelen niet meer spontaan. In die waan verkeerde ik, totdat ik in Sevilla een koffiegelegenheid binnenstap met mijn vrouw.

Het blijkt dat ze hier koffie met soja serveren, waardoor ze in ieder geval bij mij een streepje voor krijgen. Maar dat is niet de reden van mijn opwinding over dit etablissement. Nadat we een plaatsje hebben gevonden in de modern ingerichte ruimte neemt een vreselijk mooie vrouw onze bestelling op. Ik heb al heel wat gezien in mijn leven, maar hier word ik toch wel even stil van. Vroeger zou dit mijn jagerslust tot ongekende hoogten hebben opgezweept. Waarschijnlijk zou ik er dagen van onderste boven zijn geweest en allerlei scenario’s hebben uitgedacht.

Er gebeurt echter iets heel bijzonders. Ik neem de dame van top tot teen in mij op, geniet van het plaatje en zoom in op mijn koffie. Lees nu goed, wat ik bedoel.

Al mijn mannelijke hormonen, die schreeuwen van hebzuchtig verlangen, dirigeer ik richting mijn mond. Vervolgens slik ik dit in een keer samen met de allereerste teug koffie door. Je zal je kunnen voorstellen dat dit de lekkerste koffie is die ik ooit gedronken heb.

En weet je wat het gevolg hiervan is? Daarna wil ik iedere dag koffie met soja drinken op deze plek. Mijn vrouw begrijpt er niets van. Wel leg ik haar de volgende ochtend uit dat ik daar koffie wil gaan drinken, omdat beter niet te krijgen is. Gelukkig is zij het met me eens.

Vandaag dreigt het echter op een zeker moment helemaal fout te gaan. De boeiende koffiejuffrouw heeft ons te weinig wisselgeld teruggegeven en mijn vrouw keert terug om verhaal te halen. Even staat mijn hart stil. Ik schrik me een ongeluk, dat begrijp je.

Foto R. Vellekoop

Vervolgens beleef ik vijf hachelijke minuten, tijdens haar terugkeer naar de dame. Ik vraag me al ongerust af wat er in het slechtste geval kan gebeuren met mij. Misschien komt het nooit meer goed. Enkele minuten later komt mijn vrouw terug. Alles blijkt een misverstand, de dame heeft een rekenfout gemaakt en dit toegegeven. Opgelucht kan ik weer ademhalen. De vrede is hersteld, morgenochtend gaan we weer koffiedrinken op de enige plek van Sevilla waar de koffie lekker is.

Je voelt natuurlijk op je klompen aan, dat dit niet goed kan blijven gaan. Zoveel genot iedere keer bij het drinken van koffie moet fout aflopen. Mijn vrouw is heel ondernemend wanneer het gaat om het onderzoeken van eet- en drinkgelegenheden. Zij heeft zoiets van, je bent op vakantie dan moet je niet op een plek rond blijven kijken, maar erop uit trekken. Natuurlijk vind ik dit ook, behalve als daardoor mijn dagelijks koffie-uitje in gevaar komt. Het kost me dagelijks veel moeite haar ervan te overtuigen naar hetzelfde tentje terug te keren. Tot nu toe lukt dit een aantal dagen op rij.

Morgen wil ze echter de stad uit, de bergen in met de trein. En tot mijn ontzetting wil ze morgenochtend vroeg vertrekken. Mijn koffie ligt niet op de route naar het station en het ziet er naar uit dat we de hele dag onderweg zullen zijn voordat we ‘s avonds laat weer terugkeren naar ons appartement.

Die nacht kan ik de slaap niet vatten. Het lukt me maar niet een uitweg te vinden. Morgen zal ik niet mijn lekkere koffie kunnen drinken. Ik kan me daar echter niet bij neerleggen. Dergelijke avontuurtjes zijn zeldzaam, daarom hecht ik er ook zo aan.

Die ochtend ben ik om vijf uur wakker, dat wil zeggen de laatste uren heb ik liggen woelen en niet kunnen slapen. We gaan om acht uur met de trein mee, en mijn koffie wordt niet geserveerd voor 10 uur. Ik ben niet meer te houden om kwart over vijf. In mijn uiterste wanhoop, glij ik als een aal ons bed uit, kleed me aan en leg een briefje op tafel, dat ik een inval voor een verhaal heb en dit nu perse wil gaan schrijven buiten in het park. Ook dat het me verschrikkelijk spijt, maar dat ik niet eerder dan 11 uur terug zal zijn in ons appartement, met honderd verontschuldigingen erbij.

Even later ben ik op weg naar een park in de buurt van de koffie. Rond half zes kom ik eraan. Het is donker, met wat flauwe verlichting van een lantaarnpaal zo hier en daar. Ik ga zitten op het enige bankje in het park dat nog vrij is (op de rest slapen dakloze mensen met hun hebben en houden).

Ik dommel zo’n beetje in totdat ik op mijn schouder word getikt en naast me een man zie. Hij is sportief gekleed en vraagt me in het Engels of ik wat op kan schuiven zodat hij ook kan gaan zitten. Ik voldoe aan zijn verzoek. Juist als ik de slaap weer voel aankomen tikt hij me op de arm.

“Ik zie dat u geen bezittingen meer heeft, zegt hij wijzend op mij. Ik heb ze wel, antwoord ik, maar ze liggen thuis in Nederland’.

‘O, dus u heeft net als ik alles achtergelaten en bent de wijde wereld in getrokken?’

‘Nee hoor, zeg ik, niet tot nadere uitleg bereid.’ Ik sluit mijn ogen weer, als teken dat het gesprek wat mij betreft klaar is. Mijn mede bankzitter schijnt het daarmee echter oneens te zijn.

‘Weet u, zegt de Engelsman, dan kunt u mij misschien helpen. Ik heb namelijk niets meer, dan ik nu aan heb. Misschien kunt u mij wat geld lenen.’

Ik kijk de man aan. Nu pas zie ik dat zijn sportief ogende kleding vuil is en ik ruik dat hij een beetje stinkt. Mijn slaap is in een keer verdwenen. Ik bedenk even hoe ik de man kan helpen. Ik heb niet meer dan tien euro meegenomen. En omdat een kopje koffie een euro vijftig kost hoef ik 8,50 niet te gebruiken. Het probleem is alleen dat ik een briefje van tien heb en dit voor geen goud wil afstaan, ook niet aan deze mijnheer.

Ik leg de man uit wat mijn dilemma is.

‘O, zegt de man resoluut, dan neem ik u toch mee naar de koffie gelegenheid. U geeft mij 10 euro en ik trakteer u op een kopje koffie.’

Ik knik begripvol, maar antwoord resoluut.

‘Over drie uur kunt u met mij mee. Nadat ik koffie heb besteld en afgerekend, krijgt u van mij 8,50.’

Om tien uur kom ik vol verwachting aan bij de koffie en de juffrouw. Ik bestel de koffie en geef mijn Engelse dakloze het restant van het geld. Dankbaar neem ik de koffie met sojamelk van haar in ontvangst en ga aan een tafeltje zitten. Met een schok zie ik opeens dat mijn vrouw aan een tafeltje zit en mij lachend aankijkt. Ik dacht wel, dat jij wat in je schuld voerde. Ik ken je al zoveel jaar en merkte vannacht dat je niet te houden was. Geeft niks hoor, ik vind zelf de kok in de keuken heel erg leuk en die heeft zojuist met mij een praatje gemaakt. Dan kunnen we straks toch nog met de trein mee. Oke?

Betekent dit nu dat mijn vrouw wist dat ik hier koffie wou gaan drinken, of was dit een persoonlijke actie van haar die ze verborgen voor me wilde houden, waarbij ze mij toevallig ontdekte?

We hebben hierover nooit meer gesproken. Wel zijn we hier de rest van de vakantie iedere morgen geweest, want ook voor haar schenken ze hier de lekkerste koffie.

Ondertussen heb ik geleerd dat mensen elkaar eigenlijk niet willen kwetsen en dat je hen beter hun gang kan laten gaan. Want uiteindelijk komt alles op zijn pootjes terecht en kan je weer met elkaar met de trein mee.

 

Rob Vellekoop, Sevilla